Blog

In deze nieuwe aflevering spreekt Bart Jeukendrup met Hanneke van der Horst, mede-eigenaar van ICATT en INFO. Hanneke is al jarenlang actief in de wereld van digitale overheidsdienstverlening en ziet Common Ground als veel meer dan een architectuurvisie: volgens haar is het een beweging richting publieke regie, open source en samenwerking.

Ze spreken over waarom gemeenten niet afhankelijk zouden moeten zijn van gesloten leveranciers, wat er nodig is om Common Ground verder te brengen en hoe een gezond ecosysteem van overheid, community en marktpartijen eruit kan zien. Een gesprek over software, governance en de toekomst van publieke digitale infrastructuur.

Bekijk de aflevering hieronder of luister via Spotify.

“Software is inmiddels zo fundamenteel voor de overheid geworden dat je de regie daarover niet volledig aan de markt kunt overlaten.”

Dat is een van de uitspraken van Hanneke van der Horst die blijft hangen na afloop van het gesprek. Als mede-eigenaar van ICATT en INFO volgt zij de ontwikkeling van Common Ground al vanaf het begin.

In discussies over Common Ground gaat het vaak over API’s, componenten en architectuur. Hanneke kijkt liever naar de onderliggende vraag: hoe zorgen gemeenten ervoor dat ze ook in de toekomst zelf richting kunnen geven aan hun digitale dienstverlening?

Van architectuurvisie naar beweging

Toen Common Ground werd geïntroduceerd, zagen veel mensen het vooral als een nieuwe architectuurvisie. Een manier om af te stappen van grote, gesloten systemen en gegevens los te koppelen van applicaties. Maar inmiddels is het veel meer geworden dan dat.

In plaats van een grote landelijke operatie die van bovenaf wordt opgelegd, ontstond Common Ground vooral doordat gemeenten zelf kansen zagen en ermee gingen experimenteren. Daardoor groeide het uit tot een netwerk van gemeenten, leveranciers en samenwerkingsverbanden die gezamenlijk bouwen aan nieuwe oplossingen.

Open source over regie

Wanneer het gesprek over open source gaat, denken veel mensen direct aan softwarecode. Volgens Hanneke gaat het echter vooral over iets fundamentelers, namelijk regie.

Gemeenten zijn voor hun dienstverlening steeds afhankelijker geworden van software. En als software een cruciaal onderdeel wordt van publieke dienstverlening, dan hoort de overheid daar volgens haar ook zelf richting aan te kunnen geven. Niet door alles zelf te bouwen, maar wel door eigenaar te blijven van de keuzes die worden gemaakt: “Het is onze code. Wij zijn de eigenaar.”

Dat betekent ook minder afhankelijkheid van leveranciers en meer ruimte om gezamenlijk te bepalen welke ontwikkelingen belangrijk zijn.

Waarom het huidige model onder druk staat

Wetgeving verandert, inwoners verwachten steeds betere digitale dienstverlening en ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie volgen elkaar in hoog tempo op.

Volgens Hanneke wordt het daardoor steeds problematischer om jarenlang vast te zitten aan één leverancier of één softwarepakket. Gemeenten hebben behoefte aan flexibiliteit. Aan oplossingen die stap voor stap kunnen meegroeien met nieuwe wensen en ontwikkelingen.

Dat is precies waar de Common Ground-gedachte volgens haar sterk in is. Door componenten los van elkaar te ontwikkelen en gegevens centraal beschikbaar te maken, ontstaat meer ruimte voor innovatie en samenwerking.

Het omslagpunt lijkt bereikt

Een paar jaar geleden werd nog regelmatig getwijfeld of Common Ground zou slagen. Inmiddels ziet Hanneke dat steeds meer gemeenten de beweging omarmen.

Common Ground-principes verschijnen in aanbestedingen, open source componenten draaien in productie en steeds meer gemeenten werken samen aan nieuwe oplossingen.

Volgens Hanneke is er inmiddels voldoende massa ontstaan om de beweging verder te laten groeien. Dat betekent niet dat alle uitdagingen meteen zijn opgelost. Wel dat de discussie steeds minder gaat over óf Common Ground relevant is en steeds vaker over hoe de beweging verder kan worden versterkt.

De volgende uitdaging: governance

De grootste uitdaging is hoe gemeenten, leveranciers en samenwerkingsverbanden de komende jaren gezamenlijk eigenaarschap organiseren.

Wie bepaalt de koers? Wie financiert doorontwikkeling? En hoe zorg je ervoor dat innovatie behouden blijft? Volgens Hanneke ligt daar de volgende fase van Common Ground. Niet volledig centraal georganiseerd, maar ook niet volledig versnipperd. Een model waarin gemeenten gezamenlijk richting geven en leveranciers hun kennis en innovatiekracht blijven inzetten.

Juist die balans wordt volgens haar bepalend voor het succes van de beweging in de komende jaren.

Meer dan een technisch vraagstuk

Wat tijdens het gesprek vooral duidelijk wordt, is dat Common Ground inmiddels verder is dan een architectuurplaat of een experiment van enkele voorlopers. De beweging heeft wortel geschoten binnen gemeenten en roept tegelijkertijd nieuwe vragen op over samenwerking, eigenaarschap en governance. De discussie gaat daarbij niet alleen over software, maar ook over publieke waarden, autonomie en de rol van de overheid in een steeds verder digitaliserende samenleving. Juist die vragen zullen de komende jaren bepalen hoe de digitale overheid van de toekomst eruitziet.

Veelgestelde vragen

Waarom krijgt open source steeds meer aandacht binnen gemeenten?
Gemeenten willen meer regie over hun digitale dienstverlening, gegevens en software. Open source maakt transparantie, samenwerking en gezamenlijke doorontwikkeling mogelijk. Binnen Common Ground ontstaat hierdoor een ecosysteem waarin gemeenten, leveranciers en community’s samen bouwen aan herbruikbare oplossingen. Leveranciers zoals Delta10 ondersteunen gemeenten hierbij met implementatie, integraties, beheer en de doorontwikkeling van open componenten volgens Common Ground-principes.

Moeten gemeenten straks zelf software ontwikkelen?
Nee. Common Ground betekent niet dat gemeenten softwareleverancier worden. Gemeenten bepalen gezamenlijk de richting en prioriteiten, terwijl gespecialiseerde marktpartijen de ontwikkeling, implementatie, beveiliging en het beheer verzorgen. Delta10 helpt gemeenten bijvoorbeeld met het realiseren van Common Ground-oplossingen, API-integraties, datakoppelingen en moderne cloudarchitecturen, zodat gemeenten kunnen profiteren van open standaarden zonder zelf ontwikkelorganisatie te worden.

Zijn traditionele leveranciers straks overbodig?
Nee. De rol van leveranciers verandert wel. In plaats van gesloten totaaloplossingen verschuift de focus naar modulaire dienstverlening, interoperabiliteit en samenwerking binnen een open ecosysteem. Leveranciers die investeren in open standaarden, Common Ground, API-first architecturen en herbruikbare componenten voegen juist veel waarde toe. Delta10 is een voorbeeld van een partij die gemeenten ondersteunt bij deze transitie met implementatie, integratie en innovatie.

Wat is momenteel de grootste uitdaging binnen Common Ground?
De grootste uitdaging ligt niet meer alleen in de techniek, maar vooral in governance en adoptie. Gemeenten moeten afspraken maken over eigenaarschap, financiering, beheer en gezamenlijke besluitvorming. Daarnaast is er behoefte aan partners die Common Ground kunnen vertalen naar werkende oplossingen in de praktijk. Delta10 ondersteunt gemeenten hierbij door technische expertise te combineren met kennis van gemeentelijke processen, architectuur en digitale innovatie.

Kunnen kleinere gemeenten ook profiteren van Common Ground?
Ja. Juist kleinere gemeenten profiteren van herbruikbare componenten, open standaarden en gezamenlijke ontwikkeling. Daardoor hoeven oplossingen niet telkens opnieuw te worden gebouwd en kunnen innovaties sneller beschikbaar komen. Door samen te werken met ervaren Common Ground-partners zoals Delta10 kunnen ook kleinere gemeenten relatief snel moderne digitale dienstverlening realiseren zonder eigen ontwikkelcapaciteit.